HO!
ik maak m ’n poppen, schrijf
m ’n eigen teksten, schilder
abstracte schilderijen….en
voel m ’n ziel stromen
door m ’n bloed
hier spreekt de dichter
de Kolozaïk kunstenaar
schilder en spoken word artist
je zult eraan geloven
ik kom zielen beroeren
en dit virus noemt zich
Maularia Fist
Elk verleden zijn eigen gevang.
bij een leuke tent liep ik eens binnen
ik zag mannetjes met parkinson
ze probeerden een heftige kreunwedstrijd te winnen
terwijl ze zo bibberden
ze hun papieren versnipperden
maakten ze buiging na buiging
er klonk een stem
vanaf het podium liet het zich klinken
het sprak vanuit een holle urn
inderdaad, er stond er één van keramiek
een luchtje kwam eruit
ging nevelend prevelend door het publiek
ze ademden in en uit
en toen, verstomde het stoffelijk kruit
het snuffelde als een berige reu
en voor ik het wist
nam het me waar
het proefde van dit poëtisch gehucht
likte m ’n rug en haar, greep in m ’n hand
en in vogelvlucht vloog het me naar de keel
ik landde met gestrekte rug
te midden van glas, weegbree en onkruid
in m ’n hoofd hoorde ik gepanfluit
terwijl dit gebeurde, tussen lier en luit
groeide er aan m ’n ziel
een enorme spruit
de entiteit uit de urn
begon zich na gezocht te hebben
vast te zuigen
maar ’t had me niet verrast
als kind had deze dichterziel
iets te vaak in de broek geplast
m ’n belager was overenthousiast
dus het leek me nogal sterk
maar met karakterkracht
verbrak ik de verbinding
ik hoorde plop! als bij een stop
en toen sloeg ik door
m ’n poëtische waas trad op
Loos!! ging ik Loos!!
terwijl de entiteit
voor de uitweg koos
maar wat ik ook deed
sloeg de dooie plagiator snoeihard
en sinds die tijd is ’t zo bang
het heeft zich gehuisvest in het behang
het behang van de verworpen huid
van een of ander reptiel
zeer mogelijk een slang
in zijn verdorde rotting
vervluchtigde het mee
en werd zo een wanhopig kuchje
in de voorbijgaande wind
in en uit
in en uit ademden ze
de oude mannetjes met parkinson
Subtiela Bombastica, een tocht op gevoel.
ik zet m ’n ziel op de tocht
en laat de gevoelens stromen
ik zet m ’n ziel op de tocht
en laat de gevoelens stromen
ik knoop de eindjes aan elkaar
en plots neem ik een enorme knobbel waar
gevonden op de tast van een gevoel
welk zich eromheen vouwt
maakt de uiteinden onderbouwd
vastgepind op randen
van een innerlijke schacht
kil naar buiten, naar binnen zwoel
ik ga erdoor als van een glijbaan
het is een tocht op gevoel
bombastisch ga ik tekeer
subtiel als een debiel
in de op– en afbouw
wanneer ik spreekwoordelijk
me een beeld voor houw
onvergankelijk verantwoord
ook een beetje contactgestoord
ik ben net als op papier
en of ik zo zal blijven
ik weet het niet, met zekerheid
ik ben hiervoor verantwoordelijk
de ene keer zeg ik het subtiel
de andere keer ratelend
als een geflipt ventiel
en nu gaan we loos
ik zet m ’n ziel op de tocht
en laat de gevoelens stromen
ik zet m ’n ziel op de tocht
en laat de gevoelens stromen
zodra ik het venster grijp
in het diepe duik als door een luik
waar de levensaderen stromen
opdat er geen zekerheid is
over hoe, wat en waar ik zal komen
ergens een grens trekken? is dat een vaag besluit
want wikkel ik me nou verder in….
of ben ik er nou eindelijk
eindelijk uit?
Wat doe je jezelf toch aan?
niet is te kunnen zien
hoe hard je nadenkt
blije frons, of een grien
een oogdecoratie wenkt
was het een zenuwtrek
ben je opgefokt, boos
is je bovenlip weer eens lek
man oh man, god oh god
dat je voor botox koos
overtuiging
de een danst op ’t graf van de duivel
de ander op dat van god
ik dans op de tombe der verveling
het lied van mijn lot
niet wetend waar ’t heen gaat
of wat er verder nog komt
en wanneer ik zeg;’Het is toeval.’
accepteer of ontken ik dan mijn lot
of het feit dat toeval bestaat
en dat de verveling niet volstaat
in schaduwen om me heen gaat
met de lucht één in één gaat
terwijl ik zo, de sfeer, aanéénpraat
jong gedaan, oud geleerd
jezelf zijn is als plak op je tanden
je leert ermee leven jezelf voluit te geven
sowieso heb je elk moment iets om handen
en iets moois neerzetten is je opperste streven
zoek in jezelf en grijp je kansen
het kan buigen maar soms breken lansen
wanneer je lucht doorklieft met je vuist
vind je m ’n manieren ongangbaar
kijk het boeit me niks, laat me koud
ik heb al jong gedicht en
ik word ermee oud
© Maularia Fist zie: veensepeper.punt.nl |