home | privelog | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Mag ik je kaartje? punt.nl

 

Du Rainlant Sage - Julius Dreyfsandt Zu Schlamm & Maularia Fist
Muziek/Clips | gedichten | 28 Januari 2012 | 00:29:11
Hierbij de tweede videoclip van de samenwerking tussen Julius Dreyfsandt Zu Schlamm en Maularia Fist, piep, het gedicht heet Du Rainlant Sage. Mede namens eerdergenoemden wens ik je veel plezier met 't bekijken van de media-uiting.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 8

Mag ik je kaartje?

Veelbelovend debuut van Franky Leyssens
Taal/Gedicht | gedichten | 27 Januari 2012 | 15:51:46
Veelbelovend debuut van Franky Leyssens
 
 
De poëzie van Franky Leyssens oogt jong, zowel voor wat de verwoording betreft, lees: de slagkracht van zijn taal, als het thema.

De dichter is een zoekende mens en hierdoor verschilt hij niet relevant veel van zijn leeftijdsgenoten.

Jonge mensen zoeken naar liefde, genegenheid en naar zichzelf. Zoeken impliceert ook twijfel, een beetje Weltschmerz, navelstaren.

Typisch ook is de wijze waarop de meeste jonge mensen met hun gevoelens omgaan: van uitbundig blij tot intriest, van gul tot berekend.

Einde twintig durven zij al eens achterom kijken en de gemiste kansen optellen.

Dat alles is niet ongewoon, het wordt echter pregnanter als een dichter zijn verzen eraan wijdt.

Op de cover prijkt een beeldschoon meisje, liggend in het gras met een glas rode wijn in de hand. Zij picknickt. Met wie? Of verwacht zij iemand? De dichter?

Al in het eerste gedicht geeft de dichter een hint: zij is de ware voor wie hij een altaar bouwt. Zij is het meisje op wie hij smoorverliefd is: hij plaatst haar in een schrijn van heiligheid. Je komt haar slechts nabij als je het ritueel volgt.

Het ritueel ook van de wedergeboorte in een andere wereld. Op deze vreemde planeet heerst stilte en vrede, het is er immer klaarlichte dag. Daar ontmoet de dichter zijn Eva: hoe zij springt en huppelt en hoe hij hemels blij is. Twee perfecte kinderen.

De dichter heeft Eva een rib geschonken, het deed pijn als ik moest lachen.

Op het eerste ogenblik/ dat ik je zag/ wist ik:/ zij is een mirakel, dicht hij gul. Hij was vergeten wat liefhebben was en nam vaak verward afscheid. Dan gaat hij haar weer zoeken: Toen je weg was/bleef ik je zoeken,/jarenlang,/in vele armen.

 

Toch blijft zij zijn liefste, zij is alles, ik ben niets. Zij ademt rustig, opdat hij ook vredig wordt.

In een tweede deel (dat niet met zoveel woorden is aangekondigd) gaat hij op zoek naar verhalen uit zijn jeugd: de kleuterschool, slapeloze nacht door overvliegende straaljagers, bange dromen, grootmoeder, de trein.

Deze terugkeer in de tijd en naar zichzelf maakt hem niet blij gemoed: zijn leven hangt af van de ander, van haar die hij (op dat eigenste moment) liefheeft: Als je wil dat ik leef,/dan leef ik.//Als ik sterven moet:/ik sterf geen probleem.

Deze zwarte gedachten blijven hem belagen. Zijn grote ambitie houdt hem in leven. Hij wil zichzelf kennen, want op de dag dat ik mezelf doorgrond,/doorgrond ik de gehele schepping.

Op zoek naar de echte en hechte liefde is hij minder standvastig dan hij beweert: ik wil jouw armen/om me heen,/maar nooit/zal ik in jouw armen zijn.

Het blijft vaak alleen bij woorden:

De mooiste woorden

liggen op de bodem van een glas,

dus dronk ik,

maar ik werd alweer

veel te droef.

De mooiste woorden

dwarrelen tussen dromen,

dus sluimerde ik,

maar ze vervlogen

voor ik ze aanraken kon.

De mooiste woorden

zijn vervat in weemoedig terugverlangen,

dus kusten we,

maar je verdween

nog voor de eerste streling.

(p.31)

De dichter doolt, dwaalt, twijfelt, weifelt, hij is een rusteloze ziel, dweper en romanticus. Hij behandelt het idealistische, bovennatuurlijke en 

fantastische. Hij uit zijn ongenoegen met de werkelijkheid door deze te ontlopen, vlucht in het fantastische en verhevene en verheerlijkt het.

Hij is zich bij vlagen bewust van zijn tragiek dat ik de natuur volg: ik erken slechts schenkers van leven/die in staat zijn tot moord.

Eindelijk doet de dichter de lange weg/naar je toe. Hij gaat te voet, omdat ik je lief heb. Een pelgrimstocht/naar je kamer,/heilige plaats/van rust en genezing.

De lezer zou hier normaliter de eerste tekens van verlichting moeten herkennen: de dichter vindt evenwicht, toont standvastigheid. Het romantische gevoel neemt echter de allures aan van een ziekte. De dichter neigt naar depressie. Hij behoudt zijn verdrietige kijk op het verleden. Hij drukt een onvervuld verlangen uit. Ik denk bij het lezen vaak aan de Fado, het droevige levenslied, de cafard. Beseft de dichter dat hij aan de grenzen van zijn kunnen en kennen is gekomen? Lijdt hij echt aan een stemmingsstoornis die samen gaat met een onrechtvaardigheidsgevoel?

Ik twijfel, de lezer twijfelt: “Waarom is de dichter niet blij met zijn geliefde, over wie hij zegt: zij is een mirakel, jij bent alles, je huid is perfect? Dit is een aanhalen en wegduwen, omwille van de angst afgewezen te worden. De dichter lijkt mij hechtingsgestoord. Dit gevoel van iets te missen geeft aanleiding tot andere verslavingen.

Ik durf de vraag stellen: “Heeft de dichter een episode in het beginstadium van zijn leven overgeslagen; de periode waar je leert voelen dat je bemind wordt?”

De dichter balanceert, confronteert zich met zichzelf, kijkt in de spiegel.

Lees:

Verlorenheid, verlossing,

verlorenheid, verlossing;

Ik ontsnapte,

maar droomde vannacht

over ontsnappen

uit de ontsnapping.

Ga terug naar af,

u ontvangt geen startgeld.

(p. 47)

Wij danken U

namens ons bestuur

voor het liefhebben

van een mutant.

Nooit zag hij geluk

van zo dichtbij,

bijna aanraakbaar,

bijna.

(p. 49)

In een derde deel begint de dichter zijn wereldreis. Een wereldreis in een slaapkamer. Zelfs nu buigt hij het neerslachtig hoofd: hij waant zich de as in de urne, hij legt zijn hoofd op haar warme schoot, hij weet niet waar naartoe.

De doodsgedachte is een constante in deze bundel. Liefde en dood de twee belangrijkste thema’s. Twijfel, melancholie, wedergeboorte drie hete hangijzers.

Ik voel tekens van zelfdoding als hij dicht over karma, leegte, eenwording. De dichter schreeuwt om aandacht: met mijn hoofd tegen je aan/verstommen de stemmen./Spreek tegen me,/je woorden genezen.

Als hij zich weer hervat, is de doorbraak bijna cynisch en aanklagend:

Vervolgens begeef je je naar de huizen,

waar de mensen woonden:

zijn ze er dan opnieuw,

even jong als toen,

en de doden nog in leven?

(p.73)

Niets is af, niets is helemaal, de liefde niet en ook niet het verdriet, de dichter heeft van alles,/bijna.

Pelgrimstocht naar een kamer doet mij denken aan Die Leiden des jungen Werthers. De dichter is op slag verliefd, maar hemelse liefde is bij hem helse pijn, scheiden is lijden, soms ziet hij maar één mogelijkheid: sterven om verder verdriet te voorkomen.

 

Ongetwijfeld heeft Franky Leyssens zich bij deze bundel laten inspireren door gebeurtenissen in zijn eigen leven.

Zijn poëzie is een mix van epiek en lyriek, met een geloofwaardig gevoel voor dramatiek. Hij weet op een bevattelijke wijze zijn levensgevoel, zijn beeld van zichzelf, zijn verhouding tot de hem omringende wereld, of tot de natuur of bovennatuur, op een strikt persoonlijke wijze tot uitdrukking te brengen.

Zijn gedichten zijn soms te veel in zichzelf gekeerde autonome bouwsels, wereldjes van zichzelf die pas bij herhaaldelijk lezen hun betekenis prijsgeven. Hierdoor verliest de dichter al eens contact met de lezer.

Meestal echter weet hij de lezer te stuwen van waarneming over beschrijving naar een emotionele pointe.

Het is een verhaal van altijd energiek opnieuw beginnen, de vaart erin houden, voortgestuwd door zijn zoeken naar de ware liefde. Liefde die soms zichzelf vernietigt of die door de dichter voorbij wordt gerend, liefde en dichter samen op de vlucht. Dit is wel even wennen en plaatst de lezer vaak op één been.

De dichter heeft hier de uitdaging aangegaan een multi-interpretabel verhaal te brengen. Het is hem meestal gelukt. Soms stoort mij de fractionele beweging van komen en terugplooien, het wekt de indruk van een niet-eindigend verhaal, maar vooral van een tekort aan structuur. Het zou de bundel nog meer slagkracht hebben gegeven indien Leyssens minder gedichten had gebundeld. Ook dichten is schrappen.

Een veelbelovend debuut, met niet veel vergelijkingen en beelden, maar met een krakend stemgeluid van korte haperingen/in de werkelijkheid.

Thierry Deleu

Franky Leyssens, Pelgrimstocht naar een kamer, KVLS, ISBN 9789080030299, 2011


zie: veensepeper.punt.nl
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 5


Ik huisde in de nacht - Julius Dreyfsandt Zu Schlamm & Maularia Fist
Muziek/Clips | gedichten | 24 Januari 2012 | 20:31:38
In samenwerking met Julius Dreyfsandt Zu Schlamm ben ik sedert jongst leden de Meet Poetry zijn poëzie van mijn vreemde muzikale creaties aan 't voorzien. Meer volgt nog van deze combi. Veel kijk-en luisterplezier met de clip.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 8


Maularia Fist - VRS
Muziek/Clips | gedichten | 23 Januari 2012 | 23:38:30
 
 
 
 
 
 
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 9


kom terug
Muziek/Aankomende-concerten | kunst | 08 Januari 2012 | 17:10:07
En weer een geweldige videoclip, naar m 'n smaak. Van zie maar door op de video te klikken. Hip.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 10


één lange terugblik
Nederlandweerleuk/Dagje-weg | nieuws | 01 Januari 2012 | 02:40:55


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 11


ff wat propaganda voor 't volk
Muziek/Clips | kunst | 26 December 2011 | 14:25:45
 
 
 
 
 
 
 

zie: veensepeper.punt.nl
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 11


Kapstok - Kerstmis (2011)
Muziek/Lievelingsliedje | Kapstok | 26 December 2011 | 00:54:22
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 14


NIEUW NUMMER VAN HEIBEL: NOG ALTIJD INTERESSANT MAAR ZONDER WOW!
Taal/Column | gedichten | 20 December 2011 | 14:23:46
NIEUW NUMMER VAN HEIBEL:
NOG ALTIJD INTERESSANT MAAR ZONDER WOW!

Nog niet aan gedacht: om mijn soevereiniteit te bewaren weiger ik elke subsidie van het Vlaams Fonds voor de Letteren, tenzij het VFL aandringt en mij royaal wil sponsoren. Ik beloof de duizenden euro’s achterstallige steun gelijk te verdelen over alle niet-gesubsidieerde auteurs.
 
Ik kijk er naar uit om de nieuwe gedichtenbundel van Robin Hannelore, De menhir van Eisterlee, te recenseren. Mijn adres is jou bekend, Robin. Ik besprak je eerste bundel in “Kreatief” (ik vermoed 1967).
 
Tot mijn verwondering is er voor deze “Heibel” geen gastdichter gevonden. Was ik het witte konijn? Of was de kwaliteit van mijn verzen hemeltergend hoog dat anderen een nieuwe selectie niet hebben overleefd?
 
Het laudatio Herman Elegast door Frank De Vos is voor meer dan één reden opmerkelijk. Primo: Frank vindt je overal waar “nestors” zijn en “sloopbedreigde” kazematten. Frank heeft een goede inborst.

Zijn eerste laudatio is een meesterwerkje. Onder andere omdat ik een stukje van mijn verleden erin herken: Melchtal, “waar onder de douche witte verpleegsters onze rug kwamen wassen”. We stonden daar “met een rode kop omwille van onze kleine naaktheid”.
Dat Louis Verbeeck wordt gehuldigd, kan ik met een luid driewerf hoera toejuichen. Gebeten door de schrijversmicrobe (die bij Louis op respectabele leeftijd nog altijd hyperactief is) heeft hij vele merites: cursiefjes, kolderpoëzie, liedjesteksten, leraar.
 
Ineens hoor ik van horen zeggen dat Kristien Hemmerechts klaagt over haar boekenverkoop. Ocharm, ik geef haar een klapzoen, als troost in bange dagen. Wordt zij niet voldoende gesubsidieerd? Of is haar uitgever krenterig met zakgeld?
 
Dossier Walter Van Den Broeck krijgt een derde deel. En inderdaad, “dan moet het maar eens gedaan zijn met die zever”. Het dossier is vernietigend voor de man, vooral voor zijn roman, Terug naar Walden. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat zijn twee oud-strijdmakkers hem naar de hel wensen. Voor Walter is dat niet erg: hij gelooft niet in sprookjes, tenzij hij die zelf schrijft. Depeuter vindt nieuwe porties clichés en ergert zich aan de vroegrijpheid van de personages die hij omschrijft als “infantiele meligheid”. Het zit hem hoog dat “de heidense Walter niet in een God gelooft”. In één woord: Terug naar Walden is geflopt!
 
Robin Hannelore herinnert zich “vergeten dingen”. Hij bedoelt: Jef Lievens’ Schapen op de ruwe Heide, de antibiotica, de reuzenpad, zijn buurman imker Gaston Van Dam.
Mijn rebelse vriend Johan Sanctorum heeft enkele “averechtse overwegingen rond cultuursubsidies en kunstenbeleid”. Afromen is de boodschap. Bovendien is het geen probleem: de Vlaming is toch cultureel onderontwikkeld en heeft geen boodschap aan cultuur. Commercie, dat is plezant, goedkope producten tegen woekerprijzen verkopen. Immoreel? So what? “Niemand is verplicht te kopen!”
 
Delvoye en Verhulst zijn in Wallonië gaan wonen. “Recto-Verso” (januari-februari 2011) besteedt een speciaal nummer aan het zelfbeklag van de cultuursector en vergeet daarbij beroep te doen op mijn deskundigheid.

Schauvliege vertikt het om naar een van mijn boekvoorstellingen te komen. Bovendien heeft zij geen last van cultureel geroezemoes. De gesubsidieerde kunstensector is voor haar een kleutertuin. Ze heeft gelijk. Denk aan de kakmachine van Delvoye, de hespententoonstelling van Jan Fabre, de regimekunstenaar Luc Tuymans. In de straat bloeit de tegencultuur. In de huizen huist de huis-, tuin- en keukenkunst. Deze kunst wordt iedere dag de huiskamer binnengetuned via “Man bijt hond”.
 
Ook Staf Versweyveld begeeft zich op glibberige paden. Ook hij heeft overschot van gelijk: hij wil worden gelezen en met dit edele doel voor ogen strooit hij kwistig kortgeknipte weetjes over een paar bladzijden. Spijtig zijn die nieuwtjes geen nieuws (meer): Herman en Tania zijn uit elkaar, de kakmachine van Delvoye is plagiaat (Delvoye de rode draad in dit nummer), Jeroen Brouwers die de Vlamingen leerde schrijven, is voor zijn landgenoten “topzwaar, vermoeiend en onbezield”.

Voor Staf is de juiste Heibelmentaliteit: “Als schrijver leven en werken buiten de literaire wereld en het literaire systeem. Wat ze denken en geloven en wat hun regeltjes zijn, laat mij koud”. Ik sluit mij hier graag bij aan, maar waarmee vullen wij dan de volgende nummers van “Heibel”, Staf?
 
Kristien gooit alles in één doos is een leuke titel, ludiek maar nagelkloppend juist. Hemmerechts verliest met Gitte even (?) de pedalen. Het is goed geweest, ze mag stoppen en de Boot helpen promoten, kuisen, schilderen.
 
De Clausfamilie ruziet, bekvecht, zogezegd om de publicatie van het boek van Mark Schaevers, De Wolken. Het imago van de Meester wordt besmeurd: hij was niet zo nonchalant en luchtig als hij zich voordeed, hij kon echt niet zonder Vlaanderen en de Vlamingen (hij trok zijn neus niet echt op voor al wat Vlaams was), hij was vooral met zichzelf bezig, ongehinderd ambitieus en werkte hard aan zijn uitstraling. Wat een schertsvertoning, familie, iedereen wist dat Hugo fakete!
Opbrouck en Delvoye delen kak en pis in een zelfde West-Vlaamse drollerigheid: ze hebben “al vaak in hun broek gescheten van het lachen”.
 
Koen Meulenaere in “Knack” maakt zich graag interessant met kritische uithalen en instekers. Over “Het Goddelijk monster” zegt hij: “HGM is nog slechter dan FC De Kampioenen. En tien keer duurder. En er kijken tien keer minder mensen naar… Wat tegen de borst stuit, is de barnumreclame die dat amateurtoneel heeft gekregen”.
Ik ben blij als de ober de “hersentjes met appelmoes à la Vangansbeke” serveert. Hoeveel oorlogen zou Martine Tanghe al hebben aangekondigd? Julien spreekt van “boerenbedrog van de berichtgeving in de media”. Hij noemt Charles de Gaulle “een even grote schijtlaars als Beatrix en Leopold”.

Martine, het ga je goed. Iedere keer dat ik jou op TV zie, herinner ik mij onze bijna dagelijkse ontmoetingen nabij Bissegem Plaats. Ik reed voor mijn werk naar school en jij stapte naar de bus voor KULeuven, campus Kortrijk.
BV’s “een kliek blaaskaken die vooral uitblinkt door van haar geslachtsdelen een snoepwinkeltje te maken,” zegt Julien.
“De film Los van Jan Verheyen is … tijdverlies … Hoe onbeholpen heeft hij het gegeven in beeld gebracht … Hij kan op TV een goed babbeltje doen over films, maar daarmee is ook alles gezegd over zijn kwaliteiten…”
 
Frans Depeuter keert zich met verve tegen “de zich links noemende auteur” Jef Meert. Het siert Frans dat hij consequent alles wat links is met de grond gelijk maakt. Jef heeft Depeuter en Hannelore “een stelletje nitwits” genoemd, “verenigd in Heibel”. Ik zou voor minder boos worden!

“In zijn retro-verslag van de Uitreiking van de Herman J Claeysprijs in ‘De Groene Waterman’ (2 juli 1968) krioelt het van leugens,” schrijft Frans. Hij vindt een reëvaluatie dan ook gepast (43 jaar na de feiten).
Enkele leugens (dixit Frans): bv. “gebalde vuisten (naar een oeroude nazi-traditie)”, een “naar bourgeoisie-riekende locatie”.
In werkelijkheid was er één iemand die de Hitlergroet bracht om te beduiden dat Claeys als een nazi optrad en “het monopolie van de micro” opeiste (Frank De Keyser in “Het Laatste Nieuws” van 6 juli 1968).  De zaak liep zo uit de hand “tot drie politiemannen opdaagden” en het trio Claeys, Meert en Van Maele afvoerden. Voilà, na 43 jaar achterhaalt de waarheid de leugen wel!
 
Robin maakt in dit nummer ook Heibel in Lilliput. Hij viseert Gaia, Henny Kuiper, Dimitri Leue, Eefje Lanoye (het nichtje van Tom). Maar waar ik het roerend mee eens ben, is zijn bedenking over “uitgevers” die beweren dat “BV-boeken de markt gezonder maken, zodat moeilijkere boeken ook een kans krijgen. Ze vormen een buffer voor andere schrijvers”. Bullshit, Johan Ghysels van Lannoo.
 
We zijn weer ettelijke grootheden kwijt: Liz Taylor (°1932), Bob Benny (°1926), René De Feyter (°1930), Jef Burm (°1923), La Esterella (°1919), Eugène Berode (°1931), Johnny Hoes (°1917), Tony Corsari (°1926) en Hélène Haasse (°1948).
 
Kristientje Hemmerechts is, naast Wim Delvoye, in deze “Heibel” de meest geciteerde. Proficiat! En inderdaad: “Een heilig Treesje” is zij nooit geweest! Nochtans is zij de laatste tijd erg begaan met het moreel niveau van Vlaanderen. “Hoe noemen ze dat? De anale fase?” Of: “Een bakje troost”? Zij overstelpte echter het Feest van de Vlaamse Gemeenschap in Turnhout met vulgariteiten en obscene woordspelingen over stront, overspel, condooms, penetratie en seks. Na Delvoye en Verhulst is zij het derde wiel aan de strontmachine. Wie wordt de vierde auteur die begaan is met zijn stoelgang? Ik gok op Wim Opbrouck.
 
Christoph Lintermans maakt zijn debuut in “Heibel” met een bespreking van Bart Maddens’ Omfloerst separatisme? Een ernstige recensie. Maddens focust ook op de laatste tien jaar van communautaire spanning. Hij haalt uit naar “het BHV-circus, de verlatingsangst van de Franstaligen, het verraad van Paars, de Belgicistische manipulaties, de francofone haatmedia, de institutionele bricolage, de Brusselse aberratie en de rol van de koning.” Een boeiend en verhelderend verhaal!
 
Julien bespreekt de roman Bloedgetuigen van Johan de Boose. Johan heeft literair talent, maar hij heeft zijn “opdracht” overschat (dixit Julien).
Een schaap op de Vlaamse vlag? Ik wou dat ik het zelf had bedacht. Gele kleur uit? Oké. Op de achtergrond de tricolore en daarop een schaap? Oké. Maar met rode oortjes! Peeters krijgt echter veel tegenwind. Het buitenland prefereert onze leeuw!
 
Frans Depeuter schrijft een stuk over De literaire helden van Olland. Een 30-tal Ollanders waren in Peking te gast (?) voor de grootste internationale Book Fairs ter wereld: de BIBF. Op kosten van het Nederlands Letterenfonds. Frans is verontwaardigd: “Schrijvers met een grote S. En allemaal zo links als de pest.” Bedoelt Frans dat rechtse schrijvers beter zouden aanslaan in een land dat zijn schrijvers achter tralies sluit?
 
Al bij al een goed maar een beetje mak nummer. Een nummer met “een tam schaap” op het menu. Volgende keer verwacht ik (nog) meer pit, minder aversie voor links en “ongeloof”, minder verleden, meer toekomst. Ik kijk er nu al ongeduldig (zes maand?) naar uit.

Thierry Deleu
Heibel, 16de jaargang, nummer 3 - oktober 2011.
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 21


ontwikkeling, wie kent je?
Taal/Gedicht | Kapstok | 19 December 2011 | 19:40:00
Je kent dat vast wel, je verzamelt graag woorden en krijgt ze niej altijd....en dan krijg je ze wel. Het was een lastige dit keer. Ik heb er emotioneel heel veel schade door opgelopen. Ik heb nog gekkere dingen gedaan dan gebruikelijk voor me is. Kort gezegd, ben ik gebroken tot op de kleinste atoompjes van m 'n bestaan. Eerst volgt het gedicht, dan de woorden. Want 't was nu wel erg heftig allemaal.  De waarheid is hard, beste mensen. De waarheid is hard.

ontwikkeling, wie kent je?

 
je vindt jezelf zo bijzonder en uniek
maar je stelt verder bar weinig voor
die aangemeten houding voor je publiek
terwijl ik je in één blik doorboor en stilte hoor
kom op, zeg eens wat je op je hart hebt
daar ga je dus echt niet aan onderdoor
vrij van alle schaamte zal ik luisteren
en wel met beide, m ‘n oren kolken
 
een glasscherf is uit je spiegel gebroken
aan je gelaatsuitdrukking gezien
desalniettemin gaan je hersenen als noodles koken
terwijl een specht je ingewanden verslindt
luister en luister goed, knoop dit in je oren
gij menschenkind
 
we ouwehoeren hier niet meer of minder
over de teenage mutant hero turtles
de laatste of verloren nieuwtjes
gieten we zo wel je keeltje in
het vreet aan je en zal je worden
tot je ‘t oplepelt in wel vele borden
en dan voel je je plots een heel groot ventje
in je hottentottententententoonstellingstentje
 
© Maularia Fist
 
glasscherf | desalniettemin | kolken | gelaatsuitdrukking
hottentottententententoonstellingstentje | specht|ingewanden
noodles | teenage mutant hero turtles

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 17


Home   weblog sinds: 2005-06-07

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.